De eerste evaluatieonderzoeken alsmede ervaringen van chronisch zieken en gehandicapten laten zien dat marktwerking nog lang niet bandbreed deze doelstellingen heeft weten te realiseren. Er is bij de mensen die gebruik maken van de zorg een kritische houding waar te nemen. Voor de "grootgebruikers", de chronisch zieken en gehandicapten, zijn steeds terugkerende punten van kritiek:
De ervaringskloof tussen de gebruikers van zorg en de ideologen van dit stelsel neemt hand over hand toe en leidt tot maatschappelijke spanningen.
De CG-Raad vindt het daarom onverstandig dat uitbreiding van de marktwerking wordt overwogen terwijl de resultaten blijken uit te blijven en rust en stabiliteit in de zorg van vitaal belang zijn. De CG-Raad bepleit daarom pas op de plaats te maken met deze vorm van marktwerking. Beter is het te onderzoeken wat de contouren zijn van een andere benadering die zich op het realiseren van vraagsturing richt maar waarbij ook het gewenste resultaat, dat mensen tijdig en adequaat worden geholpen, centraal komt te staan.
De basis is en blijft solidariteit en een publieke uitvoering van de zorg. Maar het is van belang meer vorm te geven aan de rol van de burger in de zorg. Door het daadwerkelijk vormgeven van mogelijkheden tot het voeren van eigen regie van patiënten en duidelijkheid te geven over hoe en wat wij maatschappelijk gezien onder eigen verantwoording vinden vallen, krijgt de gebruiker van zorg meer duidelijkheid over zijn of haar rol en mogelijkheden en de politieke keuzes die gemaakt kunnen worden.
Competitie tussen zorgaanbieders dient in dienst te staan van het creëren van een divers zorgaanbod dat antwoord kan geven op de zorgvraag van alle burgers. De vraag dient gesteld en beantwoord te worden of dit wordt bereikt door het invoeren van financiële prikkels of dat andere prikkels beter resultaat hebben.
Eigen regie
Veel mensen met een beperking zijn dagelijks aangewezen op zorg en begeleiding. Hun functioneren en welbevinden zijn daarvan sterk afhankelijk. Ze moeten daarom zelf kunnen bepalen van wie ze zorg ontvangen en op welke manier. In de AWBZ zijn al een aantal stappen in deze richting gezet. In de vorm van het persoonsgebonden budget (PGB) en de cliëntvolgende bekostiging. De CG-Raad strijdt ervoor dat ook op andere terreinen in de zorg de cliënt meer invloed en keuzevrijheid krijgt.
Basispakket zorgverzekering
Het basispakket van de zorgverzekering is een dekking voor medisch noodzakelijke zorg. De laatste jaren bestaat de neiging om het basispakket uit te kleden en zorg, medicijnen of hulpmiddelen naar aanvullende verzekeringen over te hevelen. Een recent voorbeeld daarvan is het niet meer vergoeden van slaap- en kalmeringsmiddelen. Dit zijn medicijnen die voor bepaalde groepen chronisch zieken onmisbaar zijn. De CG-Raad vindt het schrappen van medisch noodzakelijke zorg, medicijnen of hulpmiddelen uit het basispakket onaanvaardbaar. Ook omdat chronisch zieken en gehandicapten daardoor aangewezen raken op aanvullende verzekeringen, waarvoor geen acceptatieplicht bestaat.
Eigen risico
De CG-Raad is tegenstander van het eigen risico in de Zorgverzekeringswet. Het eigen risico moet voorkomen dat mensen onnodig gebruik maken van medische zorg en moet zo de kosten van de gezondheidszorg beperken. Chronisch zieken zijn echter veel meer dan anderen op zorg aangewezen en de ‘remmende werking’ van het eigen risico geldt voor hen niet of nauwelijks.
Compensatie eigen risico
De compensatie-regeling voor het eigen risico moet beter op de doelgroep chronisch zieken worden toegeschreven. Veel te veel mensen vallen nu onterecht buiten de boot. Verder moet ook de bezwaarprocedure worden verbeterd. Daarbij moet ook worden gekeken naar gegevens die mensen zelf aanleveren van hun medicijngebruik.
Indicatiestelling
Goede zorg begint met een goede en onafhankelijke indicatiestelling. Bij de verschillende indicatiestellingen moet zoveel mogelijk hetzelfde uniforme begrippenkader worden gebruikt, namelijk de ICF (International Classification of Functioning, Disability and Health). Met behulp van de ‘ICF-taal’ kunnen iemands beperkingen en mogelijkheden op elk levensterrein worden beschreven. Dit verhoogt de kans aanzienlijk dat iemand ook echt zorg, begeleiding of hulpmiddelen op maat krijgt.
De ICF wordt al steeds vaker toegepast bij indicatiestelling in AWBZ en WMO. De CG-Raad wil uiteindelijk toe naar een integrale indicatiestelling met behulp van ICF. Dan hoeven cliënten niet bij elk loket opnieuw dezelfde soort vragen te beantwoorden. Een integrale indicatiestelling bevordert ook een goede samenhang in de geboden zorg en oplossingen.
Ervaringsdeskundigheid
De verhouding tussen zorgverlener en cliënt moet meer een tweerichtingsverkeer worden. Zorgverleners moeten meer rekening houden met de ervaringen en wensen van cliënten. Richtlijnen en kwaliteitsnormen voor de zorg en voor verstrekking van hulpmiddelen en medicijnen, dienen met de inbreng van ‘ervaringsdeskundigheid’ tot stand te komen. Het patiëntenperspectief mag daarin niet langer ontbreken. Zorgverleners moeten ook veel structureler verwijzen naar patiëntenorganisaties. De voorlichting die patiënten daar krijgen en het contact met lotgenoten zijn een belangrijke aanvulling op de reguliere zorg.
Elektronisch Patiënten Dossier (EPD)
De CG-Raad vindt dat het Elektronisch Patiënten Dossier veel kan betekenen voor chronisch zieken en kan bijdragen aan een goede gezondheidszorg in Nederland. Vooral voor patiënten die regelmatig gebruik maken van de gezondheidszorg is het van belang dat de historie van hun ziekte en behandeling goed bekend is en goed gebruikt wordt.
Invoering van het EPD moet echter heel zorgvuldig gebeuren. Daarbij moet eerst aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
• De zorgverlener en patiënt bepalen samen welke gegevens absoluut noodzakelijk zijn en bijdragen aan een betere medische zorg. Alleen deze gegevens mogen in het EPD worden opgenomen.
• De privacy is gewaarborgd en de veiligheid van de gegevens wordt gegarandeerd.
• De patiënt bepaalt wie toegang tot zijn gegevens heeft. Conform de doelstelling van het EPD kunnen alleen de huisarts, de apotheker en specialisten toegang krijgen tot de gegevens.
• De patiënt kan bepalen in welk onderdeel van het dossier iemand anders inzage krijgt en de periode waarbinnen dit recht op inzage geldt
• De patiënt moet terug kunnen komen op geboden inzagerecht.
• Misbruik van gegevens, misbruik van inzagerecht of inzage zonder toestemming moet strafbaar gesteld worden.