Stenen stapelen

Algemeen

Lees voor

Algemene standpunten

Inclusief beleid
- Houd bij nieuw beleid altijd rekening met mensen met een beperking -
De CG-Raad vindt dat beleidmakers bij de ontwikkeling van regelgeving consequent rekening moeten houden met mensen met een beperking. Hierdoor komen algemene voorzieningen meer dan nu het geval is beschikbaar voor alle burgers. Inclusief beleid mag er echter niet toe leiden dat er geen specifiek beleid meer wordt ontwikkeld voor mensen met een beperking. Dat is namelijk nog steeds hard nodig om achterstanden in te halen.  

Decentralisatie
- Alleen als de doelgroep er echt iets aan heeft -
Decentralisatie kan het beleid dichter bij de burger brengen. En zo de kans vergroten op maatschappelijke participatie. Decentralisatie brengt echter ook risico’s met zich mee.  Tussen gemeenten kunnen grote verschillen ontstaan in inkomen en voorzieningen voor mensen met een beperking. Bovendien kan decentralisatie leiden tot hogere uitvoeringskosten en het vernietigen van bestaande expertise. Ook is het steeds  de vraag of alle gemeenten wel de deskundigheid en middelen hebben om de beoogde resultaten te realiseren.
De CG-Raad vindt dat er alleen voor decentralisatie gekozen mag worden als de beoogde doelgroep daar werkelijk voordeel van heeft. De overheid gebruikt decentralisatie nu nog te veel als een manier om lastige problemen van het eigen bord te schuiven.

Bureaucratie
- Onnodige bureaucratie belemmert participatie -
Mensen met een handicap of chronische ziekte hebben veel last van onnodige bureaucratie. Het aantal loketten waarmee iemand van doen heeft voor het aanvragen van voorzieningen, kan oplopen tot 28. Dit is onaanvaardbaar. Vaak gaat het om mensen met een ‘ energiebeperking’; door onnodige bureaucratie worden ze beperkt in hun mogelijkheden om aan de samenleving deel te nemen. Een van de mogelijkheden om bureaucratie te beperken is een integrale indicatiestelling voor alle zorg en begeleiding. Dat kan voorkomen dat mensen steeds opnieuw dezelfde vragen moeten beantwoorden.

Indicatiestelling
Goede zorg begint met een goede en onafhankelijke indicatiestelling. Bij de verschillende indicatiestellingen moet zoveel mogelijk  hetzelfde uniforme begrippenkader worden gebruikt, namelijk de ICF (International Classification of Functioning, Disability and Health). Met behulp van de ‘ICF-taal’ kunnen iemands beperkingen en mogelijkheden op elk levensterrein worden beschreven. Dit verhoogt de kans aanzienlijk dat iemand ook echt zorg, begeleiding of hulpmiddelen op maat krijgt.

De ICF wordt al steeds vaker toegepast bij indicatiestelling in AWBZ en WMO. De CG-Raad wil uiteindelijk toe naar een integrale indicatiestelling met behulp van ICF. Dan hoeven cliënten niet bij elk loket opnieuw dezelfde soort vragen te beantwoorden. Een integrale indicatiestelling bevordert ook een goede  samenhang in de geboden zorg en oplossingen.